Is ons onderwijs goed genoeg voor onze kinderen?

· - leestijd 5 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Docent en entrepeneur Eugène Maduro gaat in zijn nieuwste bijdrage over het Curaçaose onderwijs duidelijk verder dan in zijn eerdere opiniestukken. Waar hij zich tot nu toe vooral richtte op afzonderlijke onderdelen van het systeem, zoals exameneisen, ondernemerschap en de plaats van Caribische denkers in het curriculum, stelt hij nu het onderwijssysteem als geheel ter discussie. Volgens Maduro is de fundamentele vraag niet langer alleen hoe het onderwijs kan worden verbeterd, maar of het huidige model zelf wel voldoende aansluit bij de Curaçaose samenleving, taal, geschiedenis en toekomst.


door | Eugène Maduro

Wie stelt de vraag naar het onderwijs van Curaçao? Waarom onderwijs op Curaçao veel meer politieke en maatschappelijke aandacht verdient. Op Curaçao wordt voortdurend gesproken over economie, toerisme, infrastructuur, gezondheidszorg, veiligheid en de toekomst van ons eiland. Ministers worden kritisch gevolgd. Beleidsbeslissingen worden besproken. Journalisten stellen vragen en maatschappelijke organisaties laten hun stem horen.

Weinig vragen

Maar er is één terrein waar opvallend weinig fundamentele vragen over worden gesteld: het onderwijs. Waarom? Waarom wordt er zo weinig publiekelijk gediscussieerd over de kwaliteit van ons onderwijs? Over de inhoud van het curriculum? Over de taal waarin onze kinderen leren? Over de manier waarop wij kennis aanbieden? Over de ontwikkeling van kritisch en zelfstandig denken?

Over de vraag welk soort burger wij met ons onderwijs willen vormen? En misschien nog belangrijker: Wanneer gaan wij eindelijk erkennen dat het onderwijs op Curaçao voor een belangrijk deel nog steeds gebaseerd is op een koloniale erfenis? Een systeem dat niet vanuit Curaçao is ontworpen Ons onderwijs is historisch sterk verbonden met Nederland. Dat is geen geheim.

Maar het probleem ontstaat wanneer een historische verbinding verandert in een voortdurende afhankelijkheid. Een groot deel van ons onderwijs wordt nog steeds benaderd vanuit de gedachte dat wat Nederlands is, automatisch beter, serieuzer of kwalitatief hoogstaander is. Alsof wij pas kunnen groeien wanneer wij ons onderwijs blijven spiegelen aan Nederland.

Curaçao is Nederland niet

Maar Curaçao is Nederland niet. Wij leven in een Caribische samenleving, met een eigen geschiedenis, een eigen cultuur, een eigen taalwerkelijkheid en een eigen maatschappelijke dynamiek. Onze kinderen groeien op in een wereld waarin Papiamentu, Nederlands, Engels en Spaans allemaal een rol kunnen spelen. Dat is geen beperking. Dat is een enorme intellectuele en economische kracht. Toch benutten wij die kracht onvoldoende.

Een goed onderwijssysteem moet kinderen niet alleen leren om informatie te onthouden. Het moet hen leren denken. Het moet vragen oproepen. Waarom? Waarom is iets zoals het is? Kan het anders? Wie bepaalt dit? Wat betekent dit voor onze samenleving? Wat kunnen wij zelf creëren? Onderwijs moet jonge mensen voorbereiden om niet alleen werknemers te worden, maar ook ondernemers, wetenschappers, kunstenaars, professionals, kritische burgers en leiders.

Daar ligt volgens mij één van de grootste tekortkomingen van ons huidige onderwijs. Wij hebben te lang een systeem geaccepteerd waarin aanpassen belangrijker lijkt dan creëren, reproduceren belangrijker dan analyseren en gehoorzamen belangrijker dan kritisch denken. Dat is geen onderwijsvisie voor de 21e eeuw.

De koloniale erfenis zit niet alleen in geschiedenisboeken. Wanneer wij over kolonialisme spreken, denken wij vaak aan het verleden. Maar koloniale structuren kunnen ook voortleven in de manier waarop wij denken. In wat wij als "goede" kennis beschouwen. In welke taal wij kennis waarderen. In wie wij als autoriteit erkennen. In welke geschiedenis wij centraal stellen. En zelfs in de overtuiging dat ontwikkeling vooral van buiten moet komen.

Daarom is de taal van het onderwijs geen technische kwestie. Het is een fundamentele vraag over kennis, identiteit en macht. Wanneer een kind opgroeit op Curaçao en een groot deel van zijn formele onderwijs ontvangt in een taal die niet de meest natuurlijke taal van zijn dagelijkse leefwereld is, moeten wij ons afvragen wat dat doet met begrip, leerresultaten, zelfvertrouwen en ontwikkeling van denkvermogen.

Dat betekent niet dat Nederlands moet verdwijnen. Integendeel. Meertaligheid kan juist een van de grootste troeven van Curaçao zijn. Maar meertaligheid betekent niet dat één taal automatisch de taal van intellect moet zijn. Wij kunnen Papiamentu als sterke basis gebruiken en tegelijkertijd uitstekend Nederlands, Engels en Spaans onderwijzen. Dan geven wij onze kinderen niet minder kansen, maar juist méér kansen.

Waar is onze eigen onderwijsvisie?

Sinds 10 oktober 2010 beschikken wij over een veel grotere mogelijkheid om zelf richting te geven aan belangrijke aspecten van onze samenleving. Dan zou je verwachten dat wij ook fundamenteel nadenken over de vraag: Wat voor onderwijs heeft Curaçao nodig? Niet: wat doet Nederland? Niet: wat kunnen wij kopiëren? Maar: Wat hebben onze kinderen nodig om als Curaçaose burgers succesvol te functioneren in de wereld van vandaag en morgen? Dat is een andere vraag. En die vraag vraagt om visie.

Wij moeten durven nadenken over een curriculum dat onze eigen geschiedenis, cultuur, taal en maatschappelijke werkelijkheid serieus neemt, terwijl het onze kinderen tegelijkertijd voorbereidt op de internationale wereld. Een curriculum waarin kritisch denken centraal staat. Waarin financiële geletterdheid wordt onderwezen. Waarin ondernemerschap een plaats krijgt. Waarin digitale vaardigheden en kunstmatige intelligentie serieus worden genomen. Waarin communicatie, samenwerking en probleemoplossing worden ontwikkeld. Waarin kinderen leren om niet alleen antwoorden te zoeken, maar ook goede vragen te stellen.

Waar zijn de media

En waar, waar zijn de media? Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor journalisten en media. Waarom wordt onderwijs zo weinig structureel onderzocht? Waarom verschijnen er zoveel politieke discussies over andere ministeries, terwijl onderwijs vaak pas nieuws wordt wanneer er een examenprobleem, een staking, een incident of een praktisch conflict ontstaat?

Onderwijs verdient meer dan incidentele berichtgeving. Journalisten zouden ministers en beleidsmakers fundamentele vragen moeten stellen: Welke onderwijsvisie heeft Curaçao? Wat zijn de doelstellingen voor de komende tien of twintig jaar? Hoe wordt het curriculum vernieuwd? Welke rol krijgt Papiamentu? Hoe ontwikkelen wij kritisch denken? Hoe meten wij onderwijskwaliteit? Welke vaardigheden moeten leerlingen over tien jaar bezitten?

En misschien wel de belangrijkste vraag: Is ons onderwijssysteem werkelijk ontworpen voor de toekomst van Curaçao, of zijn wij nog steeds bezig een systeem uit het verleden in stand te houden? Wij hebben geen gebrek aan potentieel Curaçao heeft geen gebrek aan intelligente, creatieve en getalenteerde mensen. Wij hebben kinderen die meerdere talen spreken. Wij hebben jongeren die internationaal kunnen functioneren. Wij hebben mensen die ondernemend zijn, creatief zijn en zich uitstekend kunnen aanpassen.

Maar aanpassen mag niet ons hoogste doel zijn. Wij moeten onze kinderen ook leren zelf richting te geven. Een samenleving die haar kinderen alleen leert hoe zij kunnen functioneren binnen bestaande systemen, blijft afhankelijk van systemen die door anderen zijn ontworpen. Een samenleving die haar kinderen leert denken, creëren, onderzoeken en zelf systemen te ontwerpen, ontwikkelt echte zelfstandigheid. Onderwijs is misschien wel onze belangrijkste vorm van onafhankelijkheid.

Intellectuele zelfstandigheid

Wij spreken vaak over autonomie en onafhankelijkheid. Maar politieke autonomie zonder intellectuele zelfstandigheid blijft beperkt. Als wij zelf onze politieke structuren beheren maar onze kinderen blijven leren dat de belangrijkste kennis, normen en oplossingen vooral van buiten komen, hebben wij nog geen volledige mentale zelfstandigheid bereikt.

Daarom moet de discussie over onderwijs veel groter worden. Dit gaat niet alleen over scholen. Dit gaat over wie wij als volk willen worden. Wij kunnen niet blijven zitten met gevouwen armen en hopen dat het onderwijs vanzelf verandert. Wij moeten een eigen onderwijsvisie ontwikkelen.

Een visie die Curaçao als uitgangspunt neemt, maar de wereld als horizon heeft. Een onderwijs dat onze kinderen niet leert dat zij minder zijn. Een onderwijs dat hen niet afhankelijk maakt van één land, één taal of één model. Maar een onderwijs dat hen leert: Ik kom van Curaçao. Ik ken mijn geschiedenis. Ik spreek meerdere talen. Ik kan kritisch denken. Ik kan creëren. Ik kan ondernemen. Ik kan de wereld begrijpen, en ik kan er mijn eigen plaats in bepalen.

Dat zou pas onderwijs voor de 21e eeuw zijn. Daarom stel ik voor om ons zelf niet langer alleen afvragen of onze kinderen goed genoeg presteren binnen het bestaande systeem. Ik durf een moeilijkere vraag te stellen: is het systeem zelf wel goed genoeg voor onze kinderen?


396 keer gelezen

Deel dit artikel: